Nieuwsarchief
  • Register

Wielrennen zou vandaag een heel andere sport geweest zijn mochten belangrijke zaken in het verleden anders zijn aangepakt.

Deze ochtend gaf de UCI het rapport vrij van de onafhankelijke onderzoekscommissie CIRC naar het dopingbeleid in de voorbije decennia.

Het rapport was op aanvraag van huidig UCI-voorzitter Brian Cookson om komaf te maken met het dopingverleden van het wielrennen en om de beschuldigingen aan het adres van de UCI te onderzoeken.

Uit het onderzoek blijkt dat de UCI doorlopend heeft gefaald in het toepassen van de eigen anti-doping regels.  Positieve dopingtests werden door de UCI-leiding genegeerd, renners kregen voorkeursbehandelingen en niet voldoende bereidheid om een systeem tegen doping op te zetten. Vooral toenmalig UCI voorzitter Hein Verbruggen krijgt het in het rapport hard te verduren. Verder blijkt doping nog steeds in beperkte vorm te worden toepgepast.

We vatten het 227  tellende rapport samen in 10 conclusies.

 

1. Het wielrennen is nog niet volledig dopingvrij

CIRC noteerde geen enkele getuigenis waarbij het wielrennen vandaag volledig dopingvrij werd genoemd. De globale kijk duidt wel op een minder manifeste aanwezigheid van doping vandaag en inbreuken die vooral nog om kleine 'verbeteringen' in prestaties gaan. Zo is het vandaag nog steeds mogelijk micro-dosissen EPO te gebruiken zonder te worden betrapt. Sommige renners nemen micro-dosissen gedurende de avond omdat deze niet meer te meten zijn wanneer dopingbestrijders de volgende ochtend langskomen. Verschillende getuigenissen praten ook over het middel AICAR, heel gelijkaardig aan EPO, dat 'populair' zou zijn in het peloton.

2. Renners krijgen nog te gemakkelijk een attest voor therapeutische geneesmiddelen

Voor renners is het te gemakkelijk om medische attesten te verkrijgen voor in het bijzonder insuline en corticoïden, die volgens de getuigenissen nog vaak via valse voorschriften gebruikt, zowel in mannen- als dameswielrennen.

3. Weinig wielerteams hebben een voldoende sterk anti-dopingbeleid  

Sommige profwielrenners getuigen zelf dat zij verschillende mensen uit de teamstaf en zelfs ploeggenoten niet eens kennen. Renners werken vaak met hun eigen mensen buiten het team waar ze voor vele zaken op toevertrouwen, zoals in sommige gevallen een dopingschema. Dit maakt het voor teams moeilijker om enige mate van controle op te leggen of enig advies te geven inzake anti-doping.

4. Niet enkel probleem van het wielrennen

De UCI was veelvuldig slachtoffer van kritieken uit alle hoeken van de wielerwereld inzake anti-dopingbeleid. Sommige kritieken waren gerechtvaardigd, anderzijds is de UCI ook uitgegroeid tot een pionier inzake anti-doping beleid. Een belangrijke toevoeging hierbij zijn de data van het WADA (Wereld Anti-Doping Agentschap) die aantonen dat dopingpraktijken niet het probleem van het wielrennen zijn maar een probleem van vele andere sporten, in vele gevallen erger dan in het wielrennen, maar veel minder in de media aan bod kwam.

5. UCI was te laks in anti-dopingbeleid

Het CIRC stelde vast dat er vanuit UCI in het verleden weinig dynamiek was in het bestrijden van de bron van het dopingprobleem of het opstellen van strategieën om doping proactief aan te pakken. Toenmalige voorzitters Hein Verbruggen en Pat McQuaid legden hierbij te hard de focus op imago en kwantiteit van de sport. Het CIRC stelt een constante verbetering in anti-doping beleid vast sinds 2006, net als een groeiende wil om de dopingstrijd van bij de basis aan te pakken.

6. Biologisch paspoort is een grote stap vooruit

De intrede van het biologisch paspoort zorgde voor een grote gedragswijziging bij renners en helpt om het 'speelveld' te effenen. Atleten, anti-doping agentschappen en labs getuigen dat tegenwoordig enkel nog kleine voordelen kunnen verworven worden via het toepassen van verfijnde dopingtoepassingen. Daarmee is het vandaag de dag veel makkelijker om clean tenminste te concurreren in competitie.

7. Onacceptabele beleidsvoering bij UCI

Zo noemt het CIRC het ondermeer onacceptabel dat het dossier inzake verdachtmakingen door corruptie tegen toenmalig UCI president Pat McQuaid en voorganger Hein Verbruggen samengesteld werd door 2 privé detectiven van UCI-lid Igor Makarov.
Verder maakt het rapport gewag van de onvoorzichtige omgang met het benaderen en aanvaarden van donaties van een atleet (er wordt verwezen naar de vermeende storting van 100.000 dollar door Lance Armstrong aan de UCI voor de strijd tegen doping), en van het onvoorzichtig omspringen met delicate gegevens zoals bij de positieve test van Alberto Contador.

8. Lance Armstrong moest in de Tour van 1999 worden gediskwalificeerd na het afleggen van een positieve test

Laurent Brochard en Lance Armstrong testten respectievelijk na afloop van het gewonnen WK in '97 en de Tour in '99 positief op corticoïden. Beiden dienden later een medisch attest in wat werd goedgekeurd door de UCI. In beide gevallen had de UCI gerechtelijke stappen moeten nemen voor een positieve test waarvoor bij het moment van de controle geen medische verklaring was doorgegeven.

9. Lance Armstrong kreeg een voorkeursbehandeling voor commerciële doeleinden

Lance Armstrong werd in 2009 vroegtijdig toegelaten tot een comeback tijdens de Tour Down Under. Dit was in strijd met het eigen UCI-reglement waarbij Lance Armstrong bij een groep renners behoorde die slechts op 1 februari 2009 terug in competitie kon komen. Daarmee gaf de UCI een boodschap dat sommige atleten een voorkeursbehandeling konden bekomen. Vooral Lance Armstrong kreeg vanwege zijn status in veel zaken deze voorkeur toegediend. Hierbij lag de focus op de commerciële en internationale ontwikkeling van het wielrennen waarbij de terugkeer van Lance Armstrong een buitengewone opportuniteit was, waardoor de UCI een oogje dichtkneep.

10. Geen enkele sport heeft zichzelf ooit op zo een grote schaal dopingonderzoek opgelegd

Ondanks alle negatieve aantijgingen moet het gezegd dat het knap is hoe het wielrennen en meer bepaald de UCI open kaart speelt. Het is duidelijk dat de UCI vroeger enorm heeft geleden onder een gebrek aan goed bestuur, waarbij enkelingen cruciale en verkeerdelijke beslissingen namen.  Petje af voor de inspanningen die nu vanuit de UCI worden verricht richting een propere en meer geloofwaardige sport. 

 

Het rapport eindigt met een reeks aanbevelingen om doping uit het peloton te weren. Een korte greep hieruit:

  • Er moet een centrale apotheek komen voor het hele peloton. Alle middelen zoals voedingssuplementen kunnen via deze apotheek worden verstrekt.
  • Het hertesten van bloed- en urinestalen moet in de toekomst ten alle tijde mogelijk zijn
  • Renners zouden ook 's nachts moeten kunnen gecontroleerd worden
  • De UCI moet nauwer samenwerken met publieke overheden in de strijd tegen doping
  • Dokters die anti-doping regels overtreden, zouden voor hun normale werkzaamheden buiten de sportwereld moeten geschorst worden
  • Er moeten straffen komen voor eenieder niet meewerkend anti-dopingonderzoek
  • Atleten moeten niet snel op de hoogte worden gebracht van bevindingen in hun biologisch paspoort, gezien ze hun gedrag daarop kunnen aanpassen
  • Het systeem van de Whereabouts moet worden verbeterd
  • De UCI moet een permanent meldpunt in het leven roepen voor klokkenluiders
  • De UCI moet mogelijk het systeem rond medische attesten herzien
  • Er moet onderzoek komen naar welke geneesmiddelen, ook al zijn deze toegelaten, veelvuldig worden gebruikt in het peloton
  • Er moet onderzoek worden gedaan naar de financiële situatie van ploegen en renners, omdat bij een gebrek er meer motivatie is om alles te doen om resultaat te behalen

Abonneer je nu op CyclelivePlus Magazine


Naam:*
Adres:*
Telefoon:
-
E-mail:*
Abonnement:*
Woordverificatie:

CoalaWeb Social Tabs

S5 Box

Login